Natuurpunt foto

Natuurpoëzie

Wat kan ik doen?

Ben je een professionele of amateur natuurfotograaf? Stuur ons je foto's voor de natuurkijker!

STILTE

Als de dagen zich opstapelen en muren
trekken rond het uitzicht, als in je buik
het bloed naar adem hapt,

sluip dan weg uit de bleke kamers
zonder horizon en schud
de schilfers uit je hoofd.

Voel hoe het vriezen ophoudt en het bos
als een warme jas zich om je sluit tot je,
van rust dooraderd, gewichtloos wordt.

Overbodig zijn hier woorden, want
wandelen is spraak aan banden leggen,
ballast afwerpen, uitgommen.

Pas als je weet waar stilte schuilt, merk je hoe
grenzen vervagen, alles toch naadloos past.
Afwezig ben je aanwezig, leeg verzadigd.

Ontrafel en vervel, verpop je,
tot je roerloos en kwetsbaar wordt.
Weerloos ben je tot de tanden gewapend.

Cyriel Gladines, dorpsdichter Tessenderlo 
EEN MUSJE IN DE WINTER

Een musje huppelde in het rond

op de besneeuwde grond.

Hij zocht een mals sprietje gras,

maar omdat het winter was

vond hij er geen.

Hij tsjilpte triest, net geween.


Mama kocht een zakje graan.

Dat werd in een schoteltje gedaan.

Mieke zette het buiten

en zag vanachter de ruiten

hoe het musje

van de graantjes smulde

en blij zijn buikje vulde.

Josée Van Laethem - Joseph Delvael 
REGENBOOG

Regen zon wind en water
Elementen zonder eind
Gloed van vuur als krater
de smaak van
Eenzaamheid
Nergens heen of toch
Blauwe horizonten
Ogen als verre dromen
Oneindig onbereikbaar
Geborgen
gedragen in mijn hart

Familie Hilda Vercruysse - Debeuf
DRIE MUISJES

Achter de oude molen,
aan de oever van de beek
zie ik drie muisjes in het gras :
eentje sprokkelt twijgjes
eentje plukt de bessen
eentje doet de was.

Aan de oever van de beek
in het mulle zand
genieten drie muisjes van de zon :
eentje zit te fluiten
eentje staat te dansen
eentje trommelt op een ton.
Als de avond is gekomen
huiswaarts keren zij
naar het huisje onder de molen :
eentje kookt de pap
eentje doet de vaat
eentje begiet de gladiolen.

Als het maantje staat te schijnen
slapen drie muisjes
in hun huisje knus en net :
eentje ligt te dromen
eentje ligt te snurken
eentje valt uit zijn bed.

Joseph Delvael
GERHAGEN

Wie van de wind in de bomen
de gevleugelde taal verstaat,
van wolken in de spiegeling
van vennen de geheimen kent,
kan van stilte
de eenzaamheid doorstaan.

Want het bos
is een warme moederbuik,
een donker dier
waarin je schuilen kunt,
waar op weg naar het vaderhuis
de wandelaar
alleen zichzelf nog tegenkomt.

Hier behoort de tijd aan wie
in het smeltend zonlicht
het zachte likken van insecten
kan verdragen.

Alleen wie alle stemmen
is vergeten, kan als een bosgod
het karmijnrode hart van de aarde
luid horen bonzen.

Cyriel Gladines
PINNEKENSWIJER

Aan de kadans van kantoor en klok ontsnapt,
op blote voeten in het zand, schoenen uitgetrapt.
Ademloos, de neus vol hars en heidekruid,
een buizerd in de lucht, verder geen geluid.

Na het gegons van bijen, als de nacht
de stemmen tot gefluister heeft verzacht,
behoort het ven aan vleermuizen en aan uilen,
gezanten van zielen die zich hier verschuilen.

Bezwerend tussen lisdodde en gewijde eiken,
waar druïden de handen naar de hemel reiken,
prevel ik oude gebeden om de sterren te vereren
en zo het kwaad en boze geesten af te weren.

De hartslag van de oertijd teruggevonden,
over eeuwen met verre voorouders verbonden,
kerf ik in zwerfstenen het geheime runeteken
en bid opdat niets de stilte zou verbreken.

Cyriel Gladines
STILTEGEBIED GERHAGEN

Hoe luid schreeuwde de aarde toen onstuitbaar uit
haar navel bomen wortel schoten en kale vlaktes groen
kleurden? Hoorde ze de eerste mensen grommen toen
ze met noten en vruchten de lege magen vulden?

Hoe lijdzaam moest de wereld toezien toen mensen
gulzig boom na boom ontschorsten. Nu bijlen en
zagen eindelijk zwijgen, zwellen onder mos ongeremd
nieuwe scheuten, wiegen in de wind weer kruinen.

Gewichtloos boven het geritsel van muizen hangen
valken in de lucht, boven bos en heide trekken buizerds
geduldig wijde cirkels. Hier telt de mens geld noch tijd,
wordt alles wat onuitwisbaar was door stilte uitgewist.

Wanneer ’s ochtends versluierd zonlicht langs bedauwde
stammen drupt, verstommen stemmen in je hoofd, word je
weer wie je was. Hier vertoeven is honger, is dorst, is als
een gewonde vogel toegevouwen vleugels openplooien.

Als in de schemering de nachtzwaluw roekeloos langs je
scheert en zelfs schrammen in je huid niet meer schroeien,
leer je haast ingetogen weer luisteren naar het ademen
van de aarde. Want, alleen wie stilte bezit, heeft alles.

Cyriel Gladines
MIJN WINTERVRIENDJE

Telkenjare
bij de eerste winterdagen
is hij de eerste
die op komt dagen

Hij recht zijn kopje
strekt zijn vleugeltjes uit
het rode borstje
fier vooruit

Hij bezet steevast
de hoogste takjes van de vlier
wacht op zijn vriendjes
de meesjes, zo’n stuk of vier

Daar komen alras
nog vriendjes aangevlogen
een paar musjes, een koppel vinken
over het weerzien opgetogen

Er klinkt gekwetter
naast de waterplas
van twee merels
in een gitzwarte jas

Onder de heg
schuilend voor des winds gewaai
huppelt zorgeloos en vrij
een fiere fraaie kraai

Elke ochtend
zit ik als in een theater
genietend van hun aubade
hun vrolijk kwetterend getater

Ik verdenk die kleine schavuiten
van chantage op mijn gemoed
bedelend tot ik kom naar buiten
en hen karrenvrachten
brood en graantjes voed

Joseph Delvael
November

hier staan we vrienden, broers en zussen,
in wapenstilstand om een steen,
terwijl we stil elkander kussen,
spelen kinderen om ons heen,

gelukkig zij ze verenigd,
wat oneerbiedig lijkt het wel,
weer wordt iedere nood gelenigd,
het lijkt wel kinderspel.

Guido De Henau
Hertengeburl

Met zijn zwarte kop in zijn nek gegooid
Dijspieren gespannen
in het leer gelooid
Stond klaar om alle concurrenten te verbannen
Zoog zich vol met boslucht en avondmist
Hij was een perfecte solist…

Ignace De Vloed
Ardense Bospeinzels met een knipoog …


   Slaat de bever met zijn staart op het water
dan houden alle eendjes hun snater
Maakt de gaai het met zijn gekrijs wat te bont
dan kijken alle bosbewoners verschrikt in het rond
Een foute richting van de stappende mensenvoet
daar sneuvelt terug een paddenstoelenhoed
Zindert de lucht van hertengebrul
zijn er onbeschaamde blikken richting zijn l.l
Is het mensdier gezeten op het natte gras
vele insecten sneuvelen alras
Is de everzwijnenpoel gevuld met water
dan is het modderbad voor later
Hangen de koffiebonen aan elkaar geklit
dan is er wat fout met de reeëndarm-transit
Heeft het de vorm van een torpedo
dan is het een hertenproduct van topniveau
Als ik zo blijft verder zeveren
dan zullen ze me nog
uitleveren…

Ignace De Vloed
oktober,

de spaarzin wordt nu aangezwengeld,
door banken bij Marjan failliet,
er moet gehamsterd en gehengeld,
en nergens klinkt een olijk lied,

gelukkig schat geef je een kus,
hij klinkt wat lauw en sober,
we spelen schaak en jij zegt, mus,
bij 't haardvuur in oktober

Guido De Heneau
Het spinnenet

ach spinneke
wat hangt gij zo
wat hangt gij zo te hangen
ge zit waarschijnlijk
precies
of niet
in 't eigen net
gevangen

dat net gij
gesponnen hebt
met zijden draden
duizend
lijk honinggraten van een bij
en wuivend naar mij
wuivend

maar 'k laat mij echt
niet vangen
niet
al is uw net
zo prachtig
vandaag nog had ik dit bedacht
ook niet
al wordt ik tachtig

zo is er dikwijls
schone schijn
en wordt mijn hoofd
haast dronken
ik schenk alleen maar
klare wijn
en 'k wil met woorden
pronken

Vercruysse-Debeuf Jan & Hilde
september,

nu zal de pracht in kleur verzinken,
en dauw in mist zijn sluiers hangen,
met zwaluws vol en vol van vinken,
voldaan nog gloeiend van verlangen,

terug naar school en kwetterend voort,
de jacht gaat open, hoornen schallen,
de keuken kruidt in damp gesmoord,
het wild met ware jachtverhalen.

Guido De Heneau
Knotwilg

de voeten
sterk
geworteld
aan het water
getekend
door het seizoenenspel
weer wind
storm hagel
en soms
heel soms
de zon
heilzame zon
het verhoute eelt
koestert zich
en taai en jong de takken
groene bladeren
hoop
leven
vranke uitnodiging
laat me even
strelen
jouw bast
onopvallend
schaamtevol haast
om het genieten
vanwaar de verontschuldiging
als man te voelen
verbondenheid
met de knotwilg aan de kreek
die alles zag
ook wat niet goed was
eigenzinnig na het knotten
zwijgzaam immerweer
herbeginnen in weer wind
storm en hagel
en soms heel soms de zon

Bert Raets
augustus,

oog jij ook nog op wat rust?
oogst en rust, Vlaamse keizer,
bereis jouw land, zijn land en kust,
de scheldemond, de ijzer,

slaat de donder met een knal,
over de lage landen,
de oogst die ons behoeden zal,
brengt vrede, welbehagen.

Guido De Henau
Licht

Zo licht
Als ook het woord is
Is het licht dat
Door de stoppels heen het land
In lichterlaaie zet
Een helderblind gezicht
Tot met mijn ogen dicht
Mijn lichtgeraakte netvlies brandt

Magda Brijssinck
 winterzonnewende

rivieren rijzen in het licht van de eerste wintermaan
krullen roestbruine nerven rot
trompetboom schreeuwt zijn peulen los
takken huilen om de zittenblijvers

dramatisch donkerbos sluit zijn
gordijn voor de barre
bamistijd

het hele dorp gaat naar zijn rustbak
ik friemel nog wat met
het kaarslicht luitspelende herder
jouw silhouet wil ik
meenemen schim
die over mij waakt en wacht
eleonorah tiamath

 
elverenberg

ik woon op de notabele top van de elverenberg
met een blik op oneindig
van in mijn huis doolt mijn oog
van het dal, het diepste der aarde
tot hoog in de horizon
die aan de hemel gespijkerd is

ik ben veel groter dan mijn zoon
niet in centimeters maar in zien
in zijn appartement in de stad
grijpen zijn kijkers slechts vier meter ver
kamermuren bepalen zijn wereld

het leven is er klein
smalle straten vergrendelen het zicht
en wie slechts blinde vlekken bespiedt
    leeft niet   
maar bedenkt
een metafysica van het bestaan

het doorluchtige is slechts groots
op de buiten
eleonorah tiamath
 
verschroeid verzamelaarexemplaar

gestolde  smaragdhagedis
plakt nog aan de muur te bruinen
lang nadat de zon
haar een rode kaart gaf

ijdelheid leidt tot eenzaamheid
had moeder verwittigd
hooghartige patriciërs
vertoeven nooit lang op het forum

gisteren miss beauty
vandaag verstijfd steendier
morgen organische edelsteen

geef mij maar een
olijfkleurige
stilstaande beweging
voor eeuwig
op een matje geprikt
eleonorah tiamath
 
postduiven

tweeling-witte-berk olijfgroen gevlekt
door zure winterregen gespleten
bast krult omhoog en omlaag als
onderlip van een verwend kind
klimop verwarmt hun voeten
kruinen zoenen
wortelen in elkaar

een postduivenpaar
bosbruin woudblauw
neemt stelling op een tak
fatsoenlijk boven elkaar
wisselen een paar blikken
spreiden staartveren en cirkelen
welgemanierd samen weg
naar de nok van het tuinhuis

ze keuvelen
    ze dartelen   
kopje naar links
kopje naar rechts
botsen met hun borsten
stoppen de torteldans
koeren een excuus
gedomesticeerden vol animale passie
blijven steeds
beleefd voor elkaar
eleonorah tiamath

 
vrede en wijsheid in de bomen

in een adellijke tuin in de siërra de Grazalema
vertoefden twaalfde-eeuwse filosofen
onder ridderlijke rubberbomen

Averroës reciteerde de heilige kalligrafie
één van Gods attributen en Zijn persoonlijke schepping
de koran
zijn mascotte

Maimonides noteerde de gids der verdoolden
en verlichtte met de menora het brandend braambos
de thora
zijn talisman

judaspenning en balsempopulier
vroegen de coniferen in bolvorm
wie het bij
het rechte eind had

o-lijf-boom en pijn-boom
zwegen
eleonorah tiamath

 
peuterpoëzie

met wijdopen bek
werpt moeder zee
voedsel voor haar vlees
groenten als
bruine en groene tagliatelleslierten
gekrulde rode koolnerfjes
op hol geslagen
ebbenhouten bolsternootjes

egels met glitterende stekelpakjes
rollen wellustig
op het ritme der getijden
golven loeien en blaten
aaien en paaien
weekdieren polijsten hun tanden

zeesterren krullen zich in vijf bochten
maxi mossels gapen hun verwanten
met open skeletten aan
ongekende strandvogels knarsetanden
hoog op het rif
hun keelgeluiden doorklieven de baaien
   
mijn ukje
holt achter de echo
een twee drie
zeeboezems ver
eleonorah tiamath
 
aaike-boom

zij slijmt op de stam
sloom naar omhoog
alsof haar lichaam
gemaakt is uit leem

kluift haar vingers
rond een teen
print de hakken
in de schors

natuurtalent
mondschilderes
breekt haar gedachtestroom in
de bast van een eeke-boom

kurkkapster krast met
venijnscherp twijgje
a-mo-ré
in pantoffelhout
   
akerneutjes-boom
gemortificeerd
Flora Batavia
geëmitteerd
eleonorah tiamath


 
nobelprijs

want zo is het altijd geweest
een arkduif
bode van vrede en geluk
pent met een olijventakje
-nest-
in de nevel van de ochtend

ze koert naar haar heerschap
om bijstand
landt in een bronzen beukenboom
nog ros van oude blaren
legt het eerste twijgje
zijdezacht aan verse okselknoppen

roekoekt een tweede keer
eitjes staan op barsten
de zon blinkt haar buikje blauw

-echtgenoot haast je
help mij broeden
in de contouren
van sjalom-

zo is het altijd geweest
eleonorah tiamath

 
De Zenne

Haar tover is ontluisterd,
verschuilt zich in een riet,
dat buigt en wijkt en niet goed ziet,
waar het zijn lieve woorden fluistert.

Ze wou van water parelmoer,
geen witvet om haar kraag,
ze wou van liefde het behaag,
een maagd gedegradeerd tot hoer.

Toch wil ze komen als het kan,
ademen en sierlijk lopen,
tijen, lijnen, speels langs sloot en dam,

een Iris zijn voor hen die hopen,
voor Brussel dat de Iris nam,
de dichters zetten alle sluizen open!
Guido De Henau















 Heb je ook een gedicht over de natuur? Stuur het naar webmaster.