Tellen

Ben je op wandel of aan het fietsen en ontdek/zie je een vogel, plant, insect, .... Geef je waarneming in op waarnemingen.be en help zo een vollediger inventaris op te maken van alles wat leeft en beweegt in Damme. Om dit gemakkelijk te doen download je de app ObsIdentify (Android en Apple). De app identificeert een rijke verscheidenheid aan flora en fauna in Nederland en België op basis van foto’s.

Verzamelde gegevens worden doorgegeven aan de juiste instanties zodat er wetenschappelijke conclusies kunnen getrokken worden. Trends worden opgesteld. Met die gegevens wordt er dan geprobeerd om het beleid (gemeentelijk, provinciaal, nationaal) bij te sturen en/of aan te passen.

Wat wordt er zoal geteld en waargenomen: ganzen, broedvogels, amfibieën, dotterbloemen, roofvogels, watervogels, grote en kleine zilverreiger, ....

Daarnaast zijn er nog soorten die heel nauwkeurig geteld worden zoals huiszwaluwen, aalscholvers, wulpen, ooievaars, ....

Bij de verschillende onderdelen in het menu krijg je extra info over een groep of een specifieke soort.

Steenuilen

steenuil op uitkijk

De steenuil is de kleinste uil die je in ons land kunt vinden. Hij heeft een grote bolle kop waardoor het lijkt dat hij wat groter is, dit is echter niet waar want hij blijft nog steeds erg klein! Met zijn lengte van 21 – 23 cm en een vleugelspanwijdte van 54 – 58 cm is hij niet zo groot.

Steenuilen hebben een gevlekt verenkleed. De bovenkant is bruin met witte spikkels en de onderkant is wat witachtig en dicht bruingestreept. Opvallend detail van zijn kop zijn de fel gele ogen. De poten zijn lang en wit bevederd. 

De steenuil heeft een snelle, lage, golvende vlucht waarbij de brede, afgeronde vleugels goed zichtbaar zijn. Steenuilen zijn soms ook overdag actief.
De steenuil eet naast knaagdieren ook wormen, grote insecten, libellen, enz .... Zijn biotoop is een kleinschalig boerenlandschap met haagkanten en knotwilgen. Dit typische landschap vind je nog terug in onze streek.

Om deze vogel te inventariseren trekken vrijwilligers er in maart (baltsperiode) op uit met kaart, potlood en geluidsinstallatie. Door het landschap op de kaart in gelijke telhokken op te delen en zich op te stellen (zo dicht mogelijk) in het midden van het telhok proberen ze de populatie in kaart te brengen. Het geluid wordt kort afgespeeld en daarna wordt er minstens 5 minuten gewacht. Alle uilen die antwoorden worden op de kaart aangeduid, zoveel mogelijk in de goede richting en de geschatte afstand. Uilen die op hetzelfde moment roepen worden duidelijk aangestipt.

Nadat het ganse gebied beluisterd is wordt een overzicht gemaakt van de roepende steenuilen en de telling uitgevoerd. Door dit verschillende jaren na elkaar te doen krijgen we een goed overzicht van de verspreiding en de populatie.

De resultaten van de laatste gebiedsdekkende telling kan je hier vinden. In 2019 en 2020 werd er opnieuw geteld. Deze resultaten zijn nog niet beschikbaar.

Broedvogels

broedvogel in Damme

Sinds 2006 worden de broedvogels in de stadswallen en de polder rond Damme intensief geïnventariseerd. Hoewel een periode van acht jaar relatief kort is kunnen we toch reeds een aantal trends vaststellen.

De lijst van geïnventariseerde broedvogels is behoorlijk groot. Gedurende de maanden april, mei en juni worden de gebieden 3 tot 5 maal bezocht en worden alle waargenomen vogels (auditief of visueel) nauwkeurig in kaart gebracht. Na het inbrengen van de gegevens in het inventarisatieprogramma worden het aantal territoria en broedgevallen volgens vaste standaarden berekend.

Bij de watervogels blijft de wilde eend het meest aanwezig. Voor slobeend en bergeend is het broedbestand gehalveerd, de zomertaling is de laatste 4 jaar niet meer geteld in Damme. De kuifeend daarentegen doet het wel goed en is een algemene verschijning in de grotere waterlopen.

Bij de zomerganzen valt een duidelijke trend waar te nemen. In 2006 broeden er 44 koppels, nu is dit gedaald tot 11 koppels. Hetzelfde niveau van Canadagans en nijlgans.

De typische weidevogels doen het niet goed. Vooral de grutto wordt steeds zeldzamer. Het broedbestand daalde van 50 tot 20 nesten in 8 jaar. Voor tureluur en kievit is de neerwaartse trend minder dramatisch.

 Bij de dagroofvogels is de bruine kiekendief een onregelmatige broeder, ook in elders in de regio slinkt het aantal succesvolle nesten. Ook de torenvalk kent in 8 jaar tijd een halvering van het aantal koppels. De buizerd blijft op peil evenals de sperwer die ook elk jaar nestelt.

Bij de typische rietvogels gaat het beter. De kleine karekiet blijft de meest algemene zangvogel van het riet met gemiddeld 180 nesten. Ook de rietgors houdt goed stand maar het meest vooruitgang wordt geboekt door de blauwborst en de rietzanger. In de ruigere biotopen vinden we ook regelmatig grasmus en bosrietzanger.

Bij de zangers van het weiland missen we reeds 2 jaar de veldleeuwerik en ook de graspieper wordt zeldzamer. De kwartel word zelden gehoord.

Bij de vogels van open bos en struweel horen we elk jaar slechts 1 of 2 paar zomertortels.

Huismussen

De afgelopen 25 jaar is het huismussenbestand dramatisch achteruit gegaan. Huismussen leven al eeuwenlang in de nabijheid van mensen. Ze broeden onder de daken van huizen en stropen het platteland af, waar ze leefden van gemorste granen of andere oogstresten in het najaar.

De daken van huizen zijn meer en meer ontoegankelijk voor de huismus .

Minstens zo belangrijk is dat er tijdens de winter nog minder wilde planten en oogstresten op de akkers aanwezig zijn, omdat de akkers er vroeger tijdens de winter  - nog veel vaker dan heden het geval is - braak bij lagen. Gezonde lekkernijen zoals zaden van wilde planten als melganzevoet of weegbree, of bladeren van vogelmuur,... toverden de akkers vroeger tijdens de winter om tot gedekte tafels waar vogels massaal eten vonden. Nu beletten veel gekweekte gewassen zoals wintergraan  - die in tegenstelling met zomergraan reeds in het najaar wordt gezaaid - dat vogels tijdens de winter nog eten vinden op akkers.

Natuurpunt Damme wilt de achteruitgang van de mussen stoppen. Daarom zoekt Natuurpunt een honderdtal liefhebbers om in de winter van 2014-2015 dagelijks mussen te voederen.

Deze vrijwilligers moeten op regelmatige basis een mussenpaar in de tuin zien en moeten de tijd hebben om regelmatig de voederplank en drinkschotel te controleren in de winter.

Dit initiatief is een voortvloeisel uit het biodiversiteitscharter dat Natuurpunt Damme afsloot met de stad Damme en stelt zich als doel om allerlei info over mussen

1)  aan te reiken aan geïnteresseerden en deze ook uit te wisselen

2) info te verzamelen over mussen te Damme (soorten, populatiegrootte, wie beschermt ze graag,....,...)

3) om met deze info aan de slag te gaan teneinde gerichte beschermingsmaatregelen te nemen (nestgelegenheid; voederen; ringwerk, beleidsvoorstellen,...). 

huismussenblog 

Meer info? Klik op de mus(sen)

Aalscholvers

aalscholver

De populatieontwikkeling van de aalscholver wordt in Vlaanderen al jarenlang op de voet gevolgd.  Elk  jaar  worden  met  de  hulp  van  vrijwillige  medewerkers gestandaardiseerde tellingen en inventarisaties uitgevoerd die ons een goed beeld geven van de populatiegrootte en verspreiding van deze soort.

Elk jaar worden tijdens de winter twee simultaantellingen op de Vlaamse slaappplaatsen gedaan, respectievelijk in november en januari. De trend die zich na het piekjaar 2007/2008 liet zien zette zich de laatste jaren verder door. Dit kan je zien in onderstaande tabel.

Huiszwaluwen

huiszwaluw aan nest

De huiszwaluw is iets minder gekend dan zijn neef de boerenzwaluw.

Nochtans is hij ook gemakkelijk te herkennen aan zijn witte onderbuik, witte keel en zijn staart is niet gevorkt.

In tegenstelling tot de boerenzwaluw bouwt hij zijn nest aan de buitenzijde van de gebouwen. Elk jaar opnieuw komt hij na de winter naar dezelfde plaats en hetzelfde nest om zijn jongen groot te brengen.

Sinds jaren worden deze insectenetende vogels geteld en worden er heel wat pogingen ondernomen om hun aantal op peil te houden.

De vogel is beschermd en het is verboden om de nesten te verwijderen, zelfs buiten het broedseizoen. Ondanks alle pogingen slagen we er niet in om de populatie te laten aangroeien. Elk jaar, op de eerste zondag van juli, worden alle kolonies bezocht en worden de bezette nesten nauwkeurig genoteerd.

Hieronder zie je de evolutie sinds 2003. Na het topjaar 2008 is het aantal nesten (dramatisch) gedaald. Op 10 jaar tijd verloren we 50% van onze broedparen. De laatste jaren is er terug een "geleidelijk" herstel te zien.

tabel aantal huiszwaluwnesten

Ganzen

vlucht ganzen

Eenmaal oktober aanbreekt wordt in onze regio uitgekeken naar de eerste "vriezeganzen" of arctische ganzen (kolgans en kleine rietgans). Meestal zijn de eerste exemplaren dan al in de regio.

 

Vanaf half oktober tot eind maart worden een negental ganzentellingen georganiseerd. In de volledige Oostkustpolder wordt geteld op hetzelfde moment en worden alleen grazende en/of rustende ganzen geteld. Vliegende exemplaren worden niet meegeteld, dit om dubbeltellingen te vermijden. Met kijker, telescoop en handteller wordt geprobeerd een zo juiste mogelijke telling per soort te krijgen. Alle gegevens worden doorgegeven aan het INBO (Instituut voor Natuur en Bos)

 

Naast het tellen wordt er ook uitgekeken naar ganzen met een speciale ring, aan de poot of rond de nek. Via de afleesbare ring kan de gans gevolgd worden en dit geeft heel wat nuttige informatie in verband met trekroutes, honkvastheid, verblijfperiodes, leeftijd, ..... Daarnaast wordt ook genoteerd op welk biotoop (grasland, maisakker, aardappelland, .... ) de ganzen geteld worden.

 

Je kan de levensloop van de kleine rietgans met nekring Y58 bekijken door te klikken.

Watervogels

watervogels

De watervogels die geteld worden zijn uiteraard alle eenden (wilde eend, smient, krakeend,kuifeend, slobeend, ..... en soms pijlstaart), waterhoen, meerkoet, dodaars, fuut, zilverreiger (groot en klein), enz...

Vanaf half oktober starten de maandelijkse watervogeltellingen. Met kijker en telescoop wordt, meestal in verschillende groepen, de polder en de waterlopen afgespeurd. Door een gelijktijdige telling in de ganse Oostkustpolder worden dubbeltellingen vermeden. Alleen rustende en fouragerende vogels worden geteld, vliegende exemplaren komen niet voor op de tellijsten.

Alle gegevens worden dan doorgegeven aan de regio-verantwoordelijke die alles nauwkeurig bijhoudt. Op deze manier komen we heel wat te weten over aantallen, populatiedichtheid, trek,

Stootvogels

Elk jaar opnieuw wordt halfweg januari een telling gehouden van de aanwezige stootvogels in de regio. Mijn voorkeur gaat uit naar de term stootvogel in plaats van de meer gebruikelijke benaming "roofvogel".

Deze vogelgroep rooft eigenlijk niet echt, ze stoten hun prooi uit evenwicht alvorens ze te grijpen of grijpen de prooi in de vlucht of op de grond.

De vogels die geteld worden zijn buizerd, torenvalk, sperwer, slechtvalk als soorten die je het jaar door kan opmerken. Daarnaast wordt ook nog wel één of meerdere blauwe kiekendief gespot evenals de ruigpootbuizerd. Van deze laatste 2 vogels zijn de aantallen heel klein.

Uilen worden niet meegeteld hoewel ze op dezelfde manier hun prooi grijpen.

Vleermuizen

Vleermuizen, een voor de meeste mensen onbekend zoogdier, leven heel verborgen en de meeste vliegen rond bij het invallen van de duisternis en ’s nachts.

Overdag verbergen ze zich op donkere plaatsen in oude gebouwen, op zolders, in boomspleten, …

Deze levenswijze heeft er vroeger voor gezorgd dat ze gezocht en gedood werden. Nochtans zijn alle, bij ons levende, vleermuizen vredelievende dieren die heel nuttig zijn.

Op één nacht slagen ze erin om vele tientallen insecten te verorberen, het zijn als het ware de “zwaluwen van de nacht”.

In Damme hebben we een afgesloten “vleermuishuis” waar deze dieren rustig de winter doorbrengen en ook jongen kunnen opkweken.

kazemat in Damme

 

Deze poterne (vroeger kazemat genoemd) werd ingericht als overwinteringsplaats voor vleermuizen.

Verschillende soorten van deze nachtelijke zoogdieren komen in de onmiddellijke omgeving van de Stadswallen en de Damse vaart voor.

De zeer dikke muren zorgen voor een optimaal, vorstvrij klimaat dat te vergelijken is met de natuurlijke omstandigheden.

 

De kazemat, gelegen langs de Kerkstraat, in Damme is een afgesloten ruimte die slechts 1 tot 2 maal per jaar betreden wordt om een inventarisatie en determinatie te doen van de aanwezige vleermuizen.

Reeds meer dan 15 jaar wordt er op systematische manier geteld. In de loop der jaren en afhankelijk van het winterweer worden verschillende soorten in verschillende aantallen waargenomen. De waarnemingen gebeuren visueel, alhoewel heel dikwijls gebruikt gemaakt wordt van een speciale “batdetector”. Dit is een toestel dat de, voor de mens onhoorbare geluiden, omzet naar hoorbare signalen. Deze signalen verschillen van soort tot soort, net zoals bij de vogels geeft dit geluid uitsluitsel bij determinatie

Soorten die jaarlijks gezien worden, in wisselende aantallen, zijn baard/Brandts vleermuis, watervleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis, …

Uiteraard is de kazemat niet de enige overwinteringsplaats van vleermuizen. Al wie deze diertjes in de tuin ziet rondvliegen bij het vallen van de schemering weet dat ze ook op andere plaatsen overwinteren en slapen.

 

In de grafiek zie je het verloop van het aantal getelde vleermuizen in het begin van het jaar.

grafiek vleermuizen

 

Wil je meer weten over de verschillende vleermuizen, hoe je ze kan helpen en/of beschermen, hoe je de tuin aantrekkelijk kan maken voor deze nachtdieren bezoek dan eens de volgende pagina:

https://www.natuurpunt.be/pagina/vleermuizen.

 

Lees hier ook het verhaal van de ontdekking van een unieke kolonie van meervleermuizen.

1000 soorten

Bij het begrip biodiversiteit denken de meeste mensen aan een aantal typische tuinvogels en planten en wordt het al moeilijk om een paar tientallen soorten op te noemen. Nochtans komen in België meer dan 50.000 soorten planten en dieren voor, wereldwijd lopen de schattingen op tot zo’n 10 miljoen soorten. Ook in Damme komen heel veel soorten voor, maar de meeste zijn zeer klein of zeer onopvallend of komen maar op specifieke plaatsen voor waardoor we ze niet zien.

Natuurpunt Damme wil de biodiversiteit van Damme beter in kaart brengen en de fascinerende rijkdom aan organismen aan een zo breed mogelijk publiek kenbaar maken.

Daartoe nodigt Natuurpunt Damme specialisten van over gans België uit om in de loop van 2018 naar Damme te komen en heel gericht de verschillende groepen dieren en planten te inventariseren. Ons doel is om op zijn minst de aanwezigheid van 1000 soorten te kunnen aantonen.

278 actieve waarnemers slaagden erin om 1314 soorten te inventariseren. Er werden eveneens 260 nieuwe soorten gezien die de vorige jaren niet gezien en/of geïnventariseerd werden.

Hieronder vind je de waarnemingen terug per soort en alfabetisch gerangschikt. Je ziet tevens de datum dat de soort waargenomen is. Als je op de naam van een soort klikt krijg je heel wat extra info, kaartmateriaal, foto’s en eventueel geluid te zien of te horen.

De verschillende soorten zijn:

 

grafiek  1000 soorten vanaf 2014

Ooievaars

In Damme broedde voor het eerst weer een ooievaar in 2013 met 1 jong
In 2014 bracht het koppel 3 jongen groot
In 2015 bracht het koppel opnieuw 3 jongen groot
In 2016 waren er 4 jongen
In de winter 2016 werd het nest langs de Damse Vaart vernietigt en werd een nieuw nest gebouwd op het stadhuis
In 2017 waren er 5 jongen


In Oostkerke broeden in 2017 2 koppels: één aan Oostkerke Brug, één op een paal op een privéterrein.  Op 29 juni 2017 had het koppel aan de Damse Vaart 2 jongen, die enkele weken later dood werden gevonden onder het nest. Het andere koppel bracht 1 jong op. In Lapscheure broedde in 2017 1 koppel op een schouw, ze hadden 2 jongen.

In 2018 zijn er 7 jongen opgekweekt.

In Damme Centrum waren er aanvankelijk 4 nesten. Slecht op 1 nest werd 1 jong grootgebracht. Het nest op de Stadswallen van Damme had 3 jongen, er werden slechts

2 jongen opgekweekt. In Oostkerke broeden er terug 2 koppels, van de 3 jongen werden 2 jongen grootgebracht. In Lapscheure broedde 1 koppel dat 2 jongen grootbracht

In 2019 zijn er 18 jongen geboren, waarvan er 17 uitvlogen en 11 geringd werden.

In Damme Centrum waren er 3 nesten: Het nest in de stadsboomgaard en op oud Sint-Jan hadden 3 jongen, het koppel op Huyze de Grootte Sterre had 2 jongen.In totaal dus 11 jongen. Het nest op de stadswallen van Damme had 3 jongen.

In Oostkerke waren er terug 2 nesten met samen 5 jongen. Het koppel in Lapscheure had 1 jong, het koppel in de Bonemhoeve had eveneens 1 jong

Zie je een geringde ooievaar en kan je de ring aflezen,  laat ons dan weten als de vogel geringd werd in Damme.

In 2018 geringd met BLB Y0211 - BLB Y0212 - BLB Y0213 (kunststof ringen)

In 2019 geringd met BLB Y0214 - BLB Y0215 - BLB Y0216 - BLB Y0217 - BLB Y0218 - BLB Y0219 - BLB Y0220 - BLB Y0481 - BLB Y0482 - BLB Y0483 en BLB Y0484. (kunststof ringen)

In 2020 werd geringd met Y9601 tot en met nummer Y9616 (metalen ringen), begin augustus werd nog een jonge ooievaar geringd met Y0485. In totaal werden er 30 jongen geboren van 12 broedparen waarvan er 20 uitvlogen en 17 van een ring werden voorzien.

In 2021 zijn er 15 ooievaars geringd. Er is geringd met kunststofringen Y0486 tot en met Y0495; de andere ringen waren metalen ringen van Y9617 tot en met Y9621.

Overzicht van totaal aantal jonge ooievaars vanaf 2013.

grafiek jonge ooievaars

 

 

 

 

 

 

TOP