Eikelmuis
eikelmuis_wimdirckx.jpg

De eikelmuis (Eliomys quercinus)
De eikelmuis is een vrij forse, bont gekleurde slaapmuis met een lange pluimstaart. In Vlaanderen komt ze voor in de leemstreek en aan de westkust.
Hoe kan je de eikelmuis herkennen?
- vrij forse slaapmuis (neus tot staartpunt: ca. 20-30 cm)
grijsbruine vacht met
opvallend zwart ‘zorro-masker’- sterk behaarde, lange pluimstaart met een zwart-witte penseelpunt
- grote, ronde oren
Wat eet de eikelmuis?
De eikelmuis is een alleseter. Vooral ongewervelden (insecten zoals sprinkhanen en kevers, spinnen, wormen, slakken) zijn een belangrijke voedselbron, maar ook grotere prooien maken deel uit van het dieet (zangvogels, bos- en huismuizen, amfibieën en reptielen). In de zomer en het najaar spelen vruchten een steeds grotere rol: hazelnoten, braambessen, bessen van meidoorn, sleedoorn en lijsterbes, … maar ook appels, peren, druiven, kersen en pruimen. Eikelmuizen deden zich vroeger vaak tegoed aan winterse appelvoorraden die mensen op zolder bewaarden. Dat heeft hen de bijnaam ‘fruitratjes’ opgeleverd.
Waar leeft de eikelmuis?
- In Vlaanderen is de eikelmuis een cultuurvolger. Ze voelt zich best in een kleinschalig landbouwlandschap met hagen en houtkanten, dicht struweel, goed ontwikkelde bosranden, (hoogstam)boomgaarden en rommelige schuurtjes. Ons landbouwlandschap is echter op veel plaatsen te sterk uitgekleed. In tegenstelling tot kale akkers en weilanden, vormen huizen geen barrière voor eikelmuizen. Daardoor lijkt ze het momenteel beter te doen in sommige meer verstedelijkte gebieden waar toch nog wat dicht struweel aanwezig is in kleine bosjes, groene tuinen en weg- en spoorwegbermen, zoals de omgeving van Kortrijk en het noordoosten van Brussel. Daarnaast komt ze ook voor in een aantal bos- en struweelrijke natuurgebieden die vaak specifiek voor de soort beheerd worden.
- In Vlaanderen is het verspreidingsgebied ruwweg beperkt tot de leemstreek, met als noordgrens ongeveer de lijn Ieper-Aalst-Brussel-Aarschot-Hasselt. Een kleine populatie is aanwezig in de duinen van de Westhoek tot aan Oostende. De laatste decennia is de soort overal echter sterk achteruitgegaan.
- Verspreidingskaart van de eikelmuis
Hoe plant de eikelmuis zich voort?
De voortplanting vindt plaats direct na de overwintering. De vrouwtjes hebben vaste territoria, waarin ze alleen wonen of met een clan van nauw verwante vrouwtjes. Tijdens het voorplantingsseizoen pendelen de mannetjes van het ene vrouwtjesterritorium naar het andere en proberen met zoveel mogelijk vrouwtjes te paren. Zo gauw de voortplanting voorbij is, trekken de mannetjes zich terug in een heel klein gebiedje buiten de territoria van de vrouwtjes. In mei-juli worden na een draagtijd van 21 tot 23 dagen 1 tot 8 jongen geboren. Vlak na de geboorte is het vrouwtje opnieuw vruchtbaar (‘post-partum oestrus’) en kunnen er weer mannetjes op bezoek komen. Na 30 dagen beginnen de jongen met korte ontdekkingstochtjes, waarbij ze hun moeder of een ander vrouwtje van de clan volgen en zo leren waar ze veilig voedsel kunnen vinden. Bij lage dichtheden of als de jongen van de eerste worp het niet overleven, kan er in augustus of september nog een tweede worp geboren worden.
Hoe krijg je de eikelmuis te zien?
Eikelmuizen zijn nachtactief en laten zich niet gemakkelijk zien. Ze verraden hun aanwezigheid meestal door hun luidruchtig karakter. Vooral in de voortplantingsperiode (en zeker op de dagen dat de vrouwtjes vruchtbaar zijn) is een hele resem sociale roepjes te horen. Vaak gaat het om een mengeling van langeafstandsroepjes (langgerekte hoge pieptonen) en alarmroepjes bij dichte, ongewenste contacten (een repetitief staartmees-achtig ‘tchrrrr’). Ook jonge eikelmuizen maken tijdens hun gestoei allerlei geluiden
Eikelmuizen werden vroeger vaak slapend gevonden in vogelnesten door kwajongens die eieren gingen roven. Vogelringers vonden eikelmuizen regelmatig in mezennestkasten. Tegenwoordig is de eikelmuis echter zo schaars geworden, dat ze nog maar zelden wordt opgemerkt. Om na te gaan waar de soort nog voorkomt en om de populatie op te volgen, kunnen aangepaste nestkasten opgehangen worden. Eikelmuizen maken daarin typische nesten (vaak uit mos), waarin vooral ook de grote, smeuïge uitwerpselen opvallen. Omdat nestkasten verstoringsgevoelig zijn, is het best om ze op kwetsbare plaatsen wat hoger te hangen en te controleren met een laddertje, of om andere methodes te gebruiken om de aanwezigheid van eikelmuizen vast te stellen, zoals sporenbuizen, voederplatforms of cameravallen. Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden, verkiezen eikelmuizen holtes om in te nestelen, of maken ze losse nesten in dicht struikgewas of palmen vogelnesten of eekhoornnesten in. Eikelmuizen vallen regelmatig ook ten prooi aan huiskatten.
Weetjes over de eikelmuis
- De naam ‘eikelmuis’ is afgeleid van de wetenschappelijke naam Eliomys quercinus (Quercus = eik). Eikelmuizen komen onder andere – maar zeker niet uitsluitend – voor in eikenbossen, op voorwaarde dat er voldoende dicht struweel aanwezig is om veilig in te foerageren en nestelen. Zo vermijden ze concurrentie met de relmuis of zevenslaper, die hoger in grote, holle bomen woont.
- De eikelmuis werd vroeger ook tuinslaapmuis genoemd, naar haar gewoonte om in menselijke omgeving te wonen.
- Net als de andere slaapmuizen, rolt de eikelmuis zich tijdens de winterslaap op in haar staart.
- Autotomie is het vermogen van sommige dieren om lichaamsdelen af te werpen als ze worden aangevallen of vastgehouden. Dit verschijnsel is vooral bekend bij hagedissen waarbij de staart kan afbreken. Maar ook bij eikelmuizen kan de staarthuid afritsen om op die manier aan een belager te ontkomen.
Wat kan jij doen voor de eikelmuis?
Als cultuurvolger vindt de eikelmuis een geschikt leefgebied in natuurrijke tuinen: dicht struikgewas (hagen, houtkanten, braam- en ander struweel) met een grote variatie aan inheemse struiken is ideaal. Extra voedsel vinden ze in (hoogstam)fruitbomen, maar deze moeten goed verbonden zijn met het dichte struweel zodat de eikelmuizen ze veilig kunnen bereiken. Ook in structuren (zoals bomen, struiken, omheiningen en gebouwtjes) begroeid met dichte klimop vinden eikelmuizen veilige schuilplaatsen en veel voedsel. Bij slecht weer zoeken ze liever hun toevlucht in holle bomen (of het kunstmatige alternatief in de vorm van nestkasten of schuurtjes). Ook winterslapen doen ze graag in dikke holle bomen (zoals knotwilgen) en ondergrondse holen, of in allerlei koterijen. Jammer genoeg wordt dit leefgebied almaar schaarser in een uitgekleed landschap. ‘Behaag’ het landschap en voorzie alle elementen die eikelmuizen nodig hebben. Voor de eikelmuis zijn dergelijke initiatieven van cruciaal belang.
Bind de kat de bel aan! Zo kunnen eikelmuizen (maar ook vogels) deze toppredator tijdig horen aankomen. Of nog beter: hou je kat op zijn minst ’s nachts binnen.
Regelmatig worden takkenhopen aangelegd als nestplaats voor eikelmuizen. Maar omdat dergelijke opvallende structuren vaak krioelen van muizen en ratten, en daardoor ook bezoek krijgen van roofdieren zoals kleine marterachtigen (die ook wel een eikelmuis lusten), slapen eikelmuizen liever elders. Voorzie in je tuin dus een grote variatie aan schuilplaatsen. Takkenhopen hebben wel andere voordelen: ze helpen kleine marterachtigen die het ook moeilijk hebben, en ze produceren eikelmuisvoedsel in de vorm van allerlei ongewervelden.
- Indien je overgaat tot muizen- en/of rattenbestrijding, probeer er eerst zeker van te zijn dat je geen eikelmuizen op bezoek hebt. Het zou immers erg jammer zijn mochten de zeldzame eikelmuizen slachtoffer worden van ondoordacht gebruik van bestrijdingsmiddelen.
- De zoogdierenwerkgroep van Natuurpunt heeft een Vlaams netwerk opgebouwd van eikelmuisnestkasten. Jaarlijks moeten die gecontroleerd worden. Daarvoor zijn vrijwilligers nodig. Of hang zelf kasten op in geschikt eikelmuishabitat in je buurt.
Natuurpunt en de eikelmuis
Tussen 2006 en 2008 coördineerde Natuurpunt Studie provinciale eikelmuisprojecten in Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Limburg. De provinciale projecten zijn ondertussen afgelopen en de eikelmuiswerking wordt nu verdergezet door Natuurpunt-vrijwilligers. In West-Vlaanderen werken de vrijwilligers van de Zuid-West-Vlaamse Zoogdierenwerkgroep en de Zoogdierenwerkgroep Westland samen met de provincie aan het voortbestaan van de eikelmuis. In Voeren volgde de Zoogdierenwerkgroep de eikelmuizen in 2017-2020 op met zenders, cameravallen en automatische uitleeskasten, wat veel info opleverde over wat ze nodig hebben om te overleven. Gelijkaardig onderzoek zal de komende jaren ook in andere habitats in Vlaanderen plaatsvinden.
Meer weten?
- Lees meer over de eikelmuis op: