
Trage wegen zijn wegels en paden die voornamelijk gebruikt worden door niet-gemotoriseerde voertuigen. Vaak zijn het ecologisch interessante linten die veel planten en dieren huisvesten. De kleine landschapselementen (hagen, knotwilgen) langs deze wegen zijn een ideale schuilplaats voor veel soorten en vormen een natuurlijke verbinding tussen versnipperde groengebieden. Trage wegen zijn ook aangename wegen om te wandelen of fietsen. Daarenboven zijn de trage wegen verkeersveilige alternatieven en geeft het kinderen extra speelruimte en hangplekjes.
Steeds meer gemeenten erkennen de mobiliteits- en recreatiefunctie van deze trage wegen en maken werk van een trage-wegenbeleid. Dat is niet alleen een goede zaak voor fietsers en wandelaars.
Acties voor trage wegen kunnen ook gepaard gaan met het behoud en de ontwikkeling van kleine landschapselementen: heggen, bomenrijen, ruigtes. En daar vaart de natuur natuurlijk wel bij.
Trage wegen kunnen op verschillende manieren belangrijk zijn voor de natuur:
- Als permanente leefplaats: voor plantensoorten en kleinere diersoorten. Sommige soorten zijn echte habitatspecialisten, zo zijn bepaalde vlinders en planten aangewezen op overgangssituaties tussen bos/struweel en grasland (zogenaamde mantel- en zoom-soorten).
- Als tijdelijke leefplaats
- schuil- en rustplaats voor dieren (bv. egel, wezel)
- veel kleine predatoren zoals spinnen en loopkevers overwinteren in de berm en kunnen de rest van het jaar een belangrijke rol vervullen in de biologische bestrijding van pestsoorten op de aanpalende akker.
- Als ecologische verbinding om zich doorheen het landbouwlandschap te kunnen verplaatsen van het ene leefgebied naar het andere.
Meer info