Natuurgebieden

Mergels van Gelinden

Miljoenen jaren geleden bevond zich in het gebied Overbroek een soort estuarium van een rivier die hier in de zee uitmondde. Hierdoor geraakte heel wat planten en zeedieren ingebed in de afgezette materialen.

De oude mergelgroeve van Overbroek, met bovenop en bos en een grasland met zeldzame kalkminnende planten, is het mekka voor natuurvrienden en geologen. De verschillende geologische lagen van de ondergrond zijn hier geëxposeerd. Belangrijkste element hier is de onderste laag met de 57 miljoen jaar oude échte mergel, bestaande uit kalk, klei en leem. Voor het tijdperk van de kunstmeststoffen werd deze mergel gebruikt om het akkerland minder zuur te maken.  In deze mergellaag zijn plantenresten van o.a. wilg, kastanje, eik, laurier en nieskruid gevonden. In het bezoekerscentrum bevindt zich een permanente tentoonstelling van unieke fossielen van zee- en landplanten.  

Op d'Hei

In het natuurgebied Runkelen Op d'Hei zijn bos, poelen, natte en droge graslanden troef. De bodem is gevarieerd, van zandig leem en zand naar klei. Doordat het gebied op hert laagste punt van Sint-Truiden ligt, komt het grondwater (kwel) op verschillende plaatsen aan de oppervlakte. Op de flanken van de vallei vind je op de zandgrond nog overblijfselen van heischrale graslanden, onder andere brem. Dit afwisselend gebied is een interessante verblijfplaats voor tal van zeldzame planten en dieren. 

Het gebied is ook rijk aan kleine landschapselementen zoals hagen, houtkanten, weiden, bomenrijen, bosjes en poelen. De steen- en velduil maken hier dankbaar gebruik van. Op twee plaatsen werden de poelen hersteld tot ware paradijsjes voor amfibieën. Salamanders, kikkers en padden voelen zicht hier weer thuis.

Om grote natuurgebieden te beheren doen natuurverenigingen en overheden vaak een beroep op begrazing met paarden of runderen. Hierdoor wordt de situatie uit vroegere tijden hersteld, dien grote grazers door hun graasgedrag een gevarieerd landschap met halfopen karakter in stand hielden. 

Deze extensieve begrazing begunstigd de soortenrijkdom van zowel flora als fauna. De graslanden in Runkelen worden begraasd door Gallowayrunderen, een ras dat afkomstig is uit het zuidwesten van Schotland en dat bestand is tegen extreme weersomstandigheden. Zij zijn gekenmerkt door een krullende vacht, hebben geen hoorns en hebben een zeer zachtaardig karakter. Met hun brede hoeven zijn ze bijzonder geschikt om in natte gebieden te grazen. Waar wegen het begrazeingsraster doorkruisen, worden veeroosters in de weg geplaatst om runderen de doorgang te verhinderen. Voor fietsers en wandelaars vormen deze roosters geen hindernis. 

In het begrazingsraster worden honden geweerd om de runderen niet te verstoren. 

Vallei van de Melsterbeek

In 2012 besliste de provincieraad tot het laten beheren van zijn terrein in de Vallei van de Melsterbeek te Sint-Truiden door Natuurpunt Beheer vzw. Dit over een termijn van 27 jaar die inging op 1 januari 2013.

Het gebiedje van iets meer als 2 ha bestaat uit verschillende biotopen.

Er is een klein brongebied, gelegen aan de oostzijde van de Melsterbeek. Het water van de bronnetjes is afkomstig van het hoger gelegen terrein en vloeit zo’n 100m na zijn ontspringen reeds in de beek.

Hogerop ligt een hoogstamboomgaard die jaarlijks begraasd wordt door enkele runderen. Er staan nog zowel oude als jonge kersenbomen, alsook enkele grote wilgen.

Verder bestaat het gebied uit opschot van populieren die er ooit door de toenmalige Vlaamse Watermaatschappij voor Watervoorziening waren aangeplant. Er groeien reeds flink wat wilde planten (bomen en struiken) tussen de populieren; spijtig genoeg ook Amerikaanse vogelkers (“Bospest”), een licht invasieve exoot. Een bosje van abelen maakt de tour af.

Ree en konijn zijn regelmatige gasten en behalve de kleine zangvogeltjes zijn er geregeld buizerds te zien en te horen.

Vallei van de Melsterbeek is te klein om apart bewandeld te worden, maar wel een klein pareltje tegen de rustige achtergrond van het landbouwlandschap.

TOP