Cotthembos

Poort tot de Vlaamse Ardennen

Cotthem is een pittoresk gehucht, gelegen in het landelijk gebied tussen Sint-Lievens-Houtem en Oombergen (Zottegem). Het bestaat uit een twintigtal huizen, waaronder enkele nog uit de 18de eeuw stammen. Cotthem wordt aangeprezen als de poort tot de Vlaamse Ardennen vanwege zijn groen karakter. Daarnaast zijn er een aantal restaurants en tavernes die in het weekend druk door dagjesmensen worden bezocht. Maar er is veel meer...

Het landschap in en rond Cotthem bestaat uit grote en kleine bosgebieden, afgewisseld met open akkergebieden en meer gesloten gebieden met weilanden, omsloten door knotwilgen. De meanderende Cotthembeek vormt de levende ader in dit landschap.

Geologie

De geologische opbouw van dit gebied bestaat uit kleiige en zandige zee-afzettingen uit het Tertiair (van 65 tot 2.5 miljoen jaar geleden). Bij een rustige zee werden kleien afgezet en zanden bij een iets woeligere zee. Bij hevige erosie door bijvoorbeeld sterke stromingen of golfslag op een strand werden keien afgezet. Wanneer het zand veel kalkrijk schelpmateriaal bevatte, werden delen ervan in de loop der tijd  omgezet in zandsteenlagen. De kalk fungeerde als cement en vormde zo de Balegemse zandsteen, die als bouwmateriaal gebruikt werd. Tijdens de ijstijden (2.5 miljoen tot 10.000 jaar geleden) werd het Tertiaire materiaal met een vruchtbare leemlaag afgedekt. In deze periode veranderde de nu rustig kabbelende Cotthembeek bij momenten in een woeste, snelstromende rivier die een diepe vallei in het landschap insneed. Hierdoor kwamen de onderliggende Tertiaire lagen hier en daar op de hellingen aan de oppervlakte. De steile hellingen van de vallei van de Cotthembeek zijn vandaag nog altijd bepalend voor het landschap in dit gebied. De veranderingen in de ondergrond worden door bronniveaus, kwelzones, het plots voorkomen van holle wegen en het aan de oppervlakte komen van keien.

Bodemgebruik

Het geologisch verhaal heeft de menselijke ingebruikname van het landschap sinds de Middeleeuwen sterk bepaald. In de laaggelegen natte en kleiige zone langs de Cotthembeek vinden we drassige meersen, die wanneer de Cotthembeek na hevige regenval buiten zijn oevers treedt, nog gedeeltelijk overstromen. Sommige meersen worden als weiland gebruikt, andere gedeelten werden bebost. Deze natte en extensief gebruikte gronden herbergen een specifieke fauna en flora, zoals bijvoorbeeld deze Verspreidbladige goudveil op de foto.  

In de hoger gelegen gebieden bleef de leemlaag standhouden. Deze vruchtbare bodems werden in de Middeleeuwen gebruikt als grote open akkers, de zogenaamde kouters. Bovenop de hoogste kouter loopt een oude heirweg die Oudenaarde via Asse met Tongeren verbond. Wellington zou met zijn leger via deze weg naar Waterloo getrokken zijn om er Napoleon te verslaan. De hellingen van de vallei van de Cotthembeek, gekenmerkt door een sterk wisselende ondergrond, waren moeilijk in gebruik te nemen en werden bebost (of bebost gelaten). Oud kaartmateriaal zoals de Ferrariskaart uit 1771 toont aan dat dit gebied tijdens de laatste eeuwen weinig grote veranderingen ondergaan heeft. Het huidig bosareaal stemt nog vrij goed overeen met de beboste oppervlakte weergegeven op die Ferrariskaart. Het bosbestand is sterk gevarieerd. Naast prachtige percelen met hoogstammige eik, beuk en kastanje zijn er ook verschillende populieraanplantingen. Her en der vinden we eeuwenoude hakhoutstoven van es, hazelaar, esdoorn of zwarte els. Op de hellingen kunnen ook heel wat bronnen waargenomen worden.

Kleinschaligheid troef

De vele kleine lanschapselementen die in het landbouwgebied voorkomen hebben niet alleen een esthetische, maar ook een belangrijke ecologische waarde. Zo creëren de knotwilgenrijen aan de randen van de akkers nestruimte voor onder andere de steenuil. Ze vormen ook een belangrijke verbindingsstructuur voor dieren die van het ene beboste perceel naar het andere wensen te trekken. Verder bieden ook de nog voorkomende houtkanten bescherming aan tal van planten- en diersoorten. Waar de houtkanten verdwenen zijn, kan op sommige plaatsen nog een duidelijk talud in het landschap waargenomen worden, een zogenaamde graft.

De holle wegen die soms meters diep in het landschap ingesneden zijn, wijzen erop dat sommige veldwegen reeds zeer lang in gebruik zijn. Naast hun historische waarde bieden ze een heel divers microklimaat aan een aantal specifieke planten- en diersoorten. Dit boeiende geheel van bossen, open kouters met hier en daar een houtkant, graft of holle weg, en het lager gelegen meersengebied met vochtige hakhoutbossen en weiden omzoomd met knotwilgen vormt een aantrekkelijk en leesbaar landschap in een sterk verstedelijkt deel van Vlaanderen.

Recreatie

Het gebied wordt dan ook door diverse doelgroepen ten zeerste gesmaakt. Wandelaars, fietsers, mountainbikers en ruiters, maar ook jagers en zelfs quad- en motorrijders maken gretig gebruik van het gebied rond Cotthem. We stellen jammer genoeg vast dat dit uiteenlopend gebruik niet altijd op de meest respectvolle manier gebeurt. Sommige wandelpaden en veldwegen worden meer en meer herschapen tot brede modderpoelen en kwetsbare vegetaties worden bedreigd. Opvallend grote fazantpopulaties bezetten het gebied en vormen zo onder andere bedreiging voor de aanwezige insecten en amfibieën. Daarenboven treffen we ook hier en daar grote hoeveelheden zwerfvuil aan.

Het landschap in en rond Cotthem vertelt dus een divers en interessant verhaal dat onze aandacht meer dan verdient. Dit lijkt recentelijk meer en meer door te dringen. Zo ontwikkelde de gemeente het Cotthem-wandelpad en zijn er plannen om d.m.v. verbeterde rioleringswerken het lozen van huishoudelijk afvalwater in de Cotthembeek te voorkomen. Als nu ook nog de bewoners en bezoekers dit gebied met het nodige respect behandelen, dan kan iedereen nog lang van dit leesbare landschap genieten

 

Fotografie: Filip De Vos – Natuurpunt Houtem

Tekst: Erwin Declercq - Natuurpunt Houtem