Kievitproject Natuurpunt Houtem - Herzele, broedseizoenen 2020 tot 2022
De kievit, met zijn prachtige kuif en opvallende roep, is een vogelsoort die vele mensen kan beroeren. Ooit was het een algemene soort van het platteland maar sinds de intensivering van de landbouw krijgt deze rake klappen. Volgens de algemene broedvogel tellingen van INBO nam de soort aan een schrikbarend tempo af ( -68% verlies over de periode 2007-2020). Daarmee zit de kieviet in dezelfde groep stakkers als de veldleeuwerik, patrijs en grutto.
Niet te verwonderen aangezien de kievit in Vlaanderen dikwijls blote akkers als broedplaats verkiest. Dit was vroeger minder het geval. De kievit was tot enkele decennia geleden een echte weidevogel. Het oorspronkelijke typisch weidevogellandschap is intussen sterk versnipperd en gedegradeerd. Plasdras situaties zijn gedraineerd en door overbemesting is de biodiversiteit sterk afgenomen. Vandaag worden graslanden bovendien zo intensief gemaaid dat grondbroeders er geen kans krijgen. Ten slotte is er ook nog de dreiging van toegenomen (grond)predatorenwaardoor de kievit geleerd heeft deze plaatsen te mijden. De kievit gaat op zoek naar een alternatief en vond deze noodgedwongen in de akker. Maar ook daar is overleven alles behalve evident. Kieviten houden van open landschappen waar ze zowel in graslanden als op akkers te vinden zijn. Het zijn grondbroeders: hun nest bestaat uit een ondiep uitgekrabd kuiltje (ca. 12 cm diameter) dat vaak wordt bekleed met wat grassprietjes of strohalmpjes. Het bevindt zich bij voorkeur op blote grond of tussen lage, open vegetatie op een iets verhoogd stuk. Kieviten verkiezen vaak (maïs)stoppelvelden of percelen met landbouwgewassen als wintertarwe, bieten, zomergranen (wanneer de gewassen nog laag zijn) en schrale(re) graslanden als broedplaats. Je kan ze soms ook aantreffen in andere open habitats met lage begroeiing als heide, braakland, afgravingen of op drogere plekken in een moerassige omgeving.
Tussen 2020 en 2022 werden de Oudeheerakkers op de grens tussen Herzele en Sint-Lievens-Houtem hun werkgebied. Van begin maart tot begin juli werden daar de kieviten opgevolgd in goede samenwerking met de landbouwers.
Vanaf februari tot maart werd de kouter geïnspecteerd op nestindicerend gedrag van de kievit. De nesten vinden vergde wel wat inspanning maar was een spannende bezigheid. Eenmaal de exacte nestlocatie gevonden werd, werden deze gemarkeerd met stokjes 2 meter voor en 2 meter na het nest. Deze 2 meter werd gebruikt als buffer zodat de landbouwer de nesten goed kon zien vanuit zijn tractor en op tijd kon manoeuvreren.
Drone om nesten te lokaliseren
Over de hele kouter werd het ganse broedseizoen gemonitord om nieuwe nestplaatsen te ontdekken. Tijdens twee broedseizoenen werd beroep gedaan op FalcoFlight, een bedrijf dat gespecialiseerd is in nestdetectie met een drone. De drone gebruikt warmte- of infraroodbeelden en kan de nesten vanop hoge afstand detecteren.
We vroegen aan de landbouwers ons telkens een paar dagen eerder op de hoogte te brengen van hun activiteiten. Om ons dan ook nog eens op te bellen of te sms’en een uur
voor aankomst. Zo hadden we de tijd om het nest uit te graven en in een doorlaatbaar korfje ( zeefje ) te leggen. Wanneer het gevaarte aankwam, tilden we de korf op en lieten de tractor voorbij rijden. Daarna groeven we op dezelfde plaats een nieuw gat om er de korf met het nest terug in te plaatsen. Het nest bleef in de korf, zodat we het bij de volgende activiteit op het veld er enkel maar moesten uithalen.
Wat als de eieren zijn uitgekomen?
Eens de kuikens uit hun eitjes zijn gekropen, zijn ze bijna onzichtbaar. Want wat doen die schattige beestjes als ze gevaar zien? Ze leggen zich plat op de grond en je kan ze bijna niet zien…zucht…een nieuwe uitdaging! Een uur voor de boer kwam gingen we het veld op, speurden we met de verrekijker het veld af en trachtten we de kuikens te lokaliseren. Volledig gefocust en onder begeleiding van de anderen werd die persoon dan naar de kuikens geleid. De ouders boven ons hoofd, luid alarmerend, allemaal heel dramatisch.
Jammer genoeg steeds slechter resultaat
In het eerste jaar hebben we zo enkele nesten gevonden en samen met de landbouwers die de verschillende percelen bewerken zijn deze dan beschermd.
In het tweede jaar werden er 27 nesten gevonden. Daarvan was het nestsucces ( aantal nesten waarvan jongen uitkomen ) 66,6%. Vooral eerste broedsels in maart/april bleken succesvol met 91% nestsucces. Ter vergelijking : het nestsucces zonder maatregelen is volgens het INBO ( Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek ) slechts 34%. Om een gezonde populatie te kunnen behouden is 60% nestsucces noodzakelijk. Dankzij onze inspanningen werd deze kaap gehaald. Er is minstens één vliegvlug jong per nest nodig om de populatie (lokaal) op te krikken. Op basis van systematische tellingen en inventarisaties doorheen het jaar durven we het totale aantal vliegvlugge kuikens tussen de 15 à 25 te schatten. Ofwel 21,74 à 36,23% van de 69 gevrijwaarde eieren werden uiteindelijk vliegvlugge vogels.
In 2022 werden er 16 nesten gevonden dankzij de warmtecamera. Het was een bijzonder droog voorjaar en wegens de droogte werden de landbouwwerken uitgesteld.
In de nesten kwamen ondertussen de kleine kuikens uit het ei. Toen begon het overal te regenen en tegelijkertijd werden de akkers bewerkt,. De kuikens liepen overal rond en konden nog niet vliegen. Op zoek naar water werden ze aangetrokken door de pas bewerkte grond maar door hun schutkleur en doordat ze zich neer legden waren ze niet zichtbaar voor de landbouwers en ook de vrijwilligers konden onmogelijk alle kuikens weglokken van landbouwvoertuigen.
Het jaar daarop en ook de jaren daarna werden geen kieviten meer waargenomen op de Oudeheersakkers. Het project is dan ook stopgezet.
Dank aan alle vrijwilligers, donateurs, FalcoFlight én meewerkende landbouwers.