Het Grote Vogelweekend
Wanneer is Het Grote Vogelweekend?
Het Grote Vogelweekend vindt plaats tijdens het laatste weekend van januari. Noteer dus alvast 24 en 25 januari 2026 in je agenda! Wie echt enthousiast is kan ook al 30 en 31 januari 2027 noteren.
Hoe tel je vogels in de tuin?
-
Neem pen en papier of je tellijstje bij de hand en noteer het startuur.
-
Kijk 15 minuten naar de vogels in je tuin. Noteer per soort het grootste aantal vogels dat je tegelijk zag. Overvliegende vogels tel je niet mee. Op dit instructiefilmpje leggen we het visueel uit.
-
Geef je telling in via het telformulier op www.vogelweekend.be
Geef ik mannetjes en vrouwtjes apart in?
Nee, je mag mannetjes en vrouwtjes gewoon in hetzelfde vakje doorgeven. Dus heb je bijvoorbeeld twee vrouwtjes merels gezien en één mannetje, dan geef je drie merels door. Het aantal mannetjes en vrouwtjes kan je wel helpen om een correcter aantal te bepalen.
Wat als ik een fout heb doorgegeven?
Dat is niet erg. Je hoeft geen volleerd vogelexpert te zijn om mee te doen. Foutjes horen erbij, en op een enorme schaal zoals Het Grote Vogelweekend filteren die zichzelf eruit. We doen bovendien geen uitspraken over soorten die extreem moeilijk uit elkaar te houden zijn.
Ons telformulier is daarnaast een slimme assistent. Het voorkomt fouten door je te gidsen: een grote groep mussen in de haag zijn bijna altijd huismussen, geen heggenmussen. Het formulier helpt je bij deze keuzes. Mocht je per ongeluk een onwaarschijnlijk hoog aantal invullen, dan wordt dit door onze ingebouwde maxima opgemerkt. Zo blijft de wetenschappelijke waarde van het onderzoek altijd beschermd. Twijfel je? Tel gewoon wat je ziet, dat is meer dan genoeg!
Waarom kan ik niet meer dan 5 heggenmussen of roodborstjes ingeven?
Heggenmussen en roodborstjes troepen nooit samen, ook niet in hagen. Het zijn solitaire vogels die alleen of hooguit in koppeltjes op de voederplaats verschijnen.
Help, ik zie geen vogels! Is mijn telling wel nuttig?
Geen zorgen: Het Grote Vogelweekend is een wetenschappelijk onderzoek, geen wedstrijd. Ook als je tuin even leeg blijft, is jouw resultaat ontzettend belangrijk. Soms schuilen vogels simpelweg voor de wind of regen, en soms vinden ze in de vrije natuur nog genoeg voedsel waardoor ze je tuin even overslaan. Voor een eerlijk beeld van de natuur hebben we álle cijfers nodig – ook de nullen. Dus: zie je niets? Geef ook dat gewoon door!
Waarom tellen we een kwartier?
Als we een telling van vijf minuten zouden vergelijken met eentje van twee uur, dan krijgen we een vertekend beeld. Alleen als alle tellingen even lang duren, kunnen we de resultaten eerlijk met elkaar vergelijken. En door dat vele jaren op dezelfde manier te doen, kunnen we ook evoluties berekenen.
Wat als ik langer wil tellen?
Leverde je kwartiertje niet het verwachte resultaat op of zie je plots nog een vogel die je graag wil melden? Geen probleem! Je mag dit weekend zo vaak tellen als je wilt, zolang je ervoor zorgt dat elke sessie 15 minuten duurt en je alle sessies apart doorgeeft via het formulier.
Waarom tellen we tijdens het laatste weekend van januari?
De keuze voor eind januari is heel bewust gemaakt. Dat heeft alles te maken met de natuur en met onze eigen agenda:
- De koudste periode: Januari is gemiddeld de koudste maand van het jaar. Wanneer de temperatuur daalt (en er misschien zelfs sneeuw ligt), hebben vogels onze hulp het hardst nodig. Ze trekken dan massaal naar de tuinen op zoek naar extra voer, waardoor we ze nu het beste kunnen zien.
- Wintergasten op hun piek: Op dit moment zijn bijna alle wintervogels nog in het land. Vanaf februari begint het vaak al wat te kriebelen en vertrekken de eerste soorten alweer richting het noorden. Nu krijgen we dus het meest complete beeld.
- Een rustmoment voor jezelf: Na de drukte van de feestdagen en alle winkelbezoeken in december, is eind januari vaak een oase van rust. De ideale timing dus om even een kwartiertje te ontspannen, met een warme kop koffie bij het raam, en te genieten van de natuur in je eigen tuin.
Wat is de vogeltelling van Natuurpunt?
Natuurpunt organiseert sinds 2004 Het Grote Vogelweekend. Op dat moment vragen we aan iedereen met een tuin of balkon om gedurende een kwartier de vogels in hun tuin te tellen, of liever nog meerdere kwartiertjes die je apart invoert. Het Grote Vogelweekend is de grootste tuinvogeltelling van Vlaanderen. Ze geeft Natuurpunt informatie over de aantallen vogels die dat weekend in Vlaamse tuinen aanwezig zijn. Wij combineren die gegevens met andere tellingen. Zo zien we hoe de vogelpopulaties in onze tuinen zich ontwikkelen en kunnen we ze beter helpen en beschermen.
Wat doet Natuurpunt met de gegevens van Het Grote Vogelweekend?
Dankzij de gegevens van Het Grote Vogelweekend kunnen we de tuinvogels beter begrijpen en algemene trends van een aantal soorten beter volgen. Dat is belangrijk, want zo kunnen we onze beschermingsmaatregelen voor de vogels en tips voor de mensen constant aanpassen. Het Grote Vogelweekend verzamelt gegevens over zeer algemene soorten, die anders maar moeilijk op grote schaal te meten zijn.
Waarom zijn vogels belangrijk?
Vogels in de tuin zijn voor heel veel mensen de eerste en soms nog enige vorm van echte natuurbeleving. Dat is erg belangrijk: het zorgt ervoor dat mensen de verschillen tussen vogelsoorten ontdekken, dat ze er respect en zelfs liefde voor ontwikkelen en dat ze hen een handje helpen door bij te voederen of door een goede nestkast te plaatsen.
Daarnaast zijn vogels een goede graadmeter van de kwaliteit van de natuur in je buurt. Woon je bijvoorbeeld in een groene wijk? Dan is het geen uitzondering dat je op een uurtje tijd gemiddeld zo’n 10 soorten op bezoek krijgt in je tuin. We hopen door middel van Het Grote Vogelweekend op een snelle toename van het aantal natuurlijke tuinen.
Vogels leren ons tot slot heel veel. Zo maakte Leonardo Da Vinci schetsen van vliegmachines die geïnspireerd waren op de vleugels van een vogel. Of is de ‘neus’ van een hogesnelheidstrein afgekeken van de snavel van een ijsvogel.
Vogels herkennen
Ik wil graag weten welke vogel ik heb gezien. Waar kan ik terecht?
Gebruik de app ObsIdentify: de natuurherkenner in je broekzak. Door je waarnemingen op te slaan, lever je tegelijk een belangrijke bijdrage aan het onderzoek rond soorten. Download ObsIdentify voor Android of iOS. Heb je geen beelden, probeer de vogel dan terug te vinden op de soortenpagina's op onze website, of contacteer één van onze vogelexperts via [email protected]
Wat is die vreemde, gevlekte vogel?
Merels, kauwen en huismussen vertonen vaak een vergrijzend verenkleed: er is dan een wit gevlekt patroon dat doorgaans met de jaren toeneemt. Soms is het een gevolg van leucisme of een ander kleurafwijking, waarbij sommige veren bepaalde of alle pigmenten missen. Leucisme betekent dat op sommige plaatsen kleurpigment ontbreekt. Dat kan zowel in veren als in de snavel en de poten zichtbaar zijn. Je kan het vergelijken met albinisme, geheel witte dieren met rode ogen. Bij albinisme ontbreekt het kleurpigment overal. Vroeger werd leucisme en albinisme vaak verward, maar partieel albinisme bestaat niet. Van zodra er enige tint van kleur te zien is (zelfs als alleen de ogen zwart zijn), spreken we over een leucistische vogel.
Het tegenovergestelde van leucisme is melanisme. Bij deze dieren is er een abnormale afzetting van het zwarte pigment 'melanine'. Het gevolg is uitzonderlijk een heel zwarte vogel, meestal gaat het om een uitgebreidere zwarte tekening en een vermindering van de heldere tinten. Bij koolmees kan dat bv. resulteren in een vogel met groene buik en rug en een volledig zwart kopje zonder de witte wang.
Vogels voeren
Mag ik vogels het hele jaar door voeren?
Dat kan zeker, maar pas het voeder aan dat je geeft aan vogels. Elk seizoen hebben ze andere behoeftes. Check onze voederpagina voor meer info.
Worden vogels niet afhankelijk van het bijvoeren?
Vogels die bijgevoerd worden, worden hier niet afhankelijk van want ze vertrouwen niet op één voedselbron. Uit onderzoek blijkt dat vogels die bijgevoerd worden gemiddeld maar zo’n 20% van dit voedsel op hun menu hebben. Vogels houden van een gevarieerd menu en vullen het strooivoer aan met eten dat ze zelf vinden in de natuur.
Waarom moet ik plastic netjes vermijden?
Plasticvrij voederen is zwerfvuil vermijden. Want de plastic netjes worden vaak verspreid in de natuur wanneer ze leeg zijn. Bovendien zijn er veel verschillende voedersilo's beschikbaar die is het gebruik van plastic netjes overbodig maken.
Ik zie plots geen vogels meer op mijn voederplank. Is er iets mis?
Doorgaans kan je vanaf oktober verwachten dat er meer tuinvogels opdagen, bijvoorbeeld door de aankomst van noordelijke roodborstjes, lijsterachtigen en vinken. Zij komen hier overwinteren.
Maar we zien dat winters vaker zacht zijn de laatste decennia. De oorzaak van de lege voederplaatsen is gewoonlijk dan ook heel simpel: de nu aanwezige vogels hebben nauwelijks behoefte aan bijvoedering en vinden veel of toch genoeg voedsel in de natuur. Dat is uiteraard ook beter voor de dieren. Ze nemen niet het risico om zich dichter bij de mens te moeten begeven, waar bijvoorbeeld ook meer katten zitten die de voederplaats vaak als vast jachtterrein beschouwen. In hun normale biotoop vinden ze nu een overdaad aan voedsel, fruit, misschien zelfs insecten, maar ook water is er beschikbaar. Ze zullen van nature dus geen 'reserve'-voedselbronnen moeten aanspreken. Overigens bieden die doorgaans minder van de nodige nutriënten dan natuurlijke voeding.
Als er niet te veel sneeuw ligt, of de grond is niet bevroren, troepen mussen en vinkachtigen graag samen op het platteland waar -na het oogsten- veel granen en zaden liggen. Daar zitten nu ook meer insecten dan in de tuin. In de omgeving van mesthopen, bijvoorbeeld, blijven insecten lang actief. Ook de eerste maaibeurt van grasland of bermen werkt een hoger voedselaanbod in de hand.
Noordelijke trekvogels zijn in een zachte winter mogelijk ten noorden van ons gebleven. In het voorjaar maken trekvogels zich misschien al klaar voor de trek, waarbij verschillende soorten zich eerst groeperen in voedselrijke gebieden vooraleer verder te trekken.
Bedenk dus steeds dat de meeste vogels de tuin pas zullen opzoeken wanneer overleven in de natuur erg moeilijk is geworden, en dat voedselbronnen niet goed bereikbaar zijn, bv. door een hevige, onverwachte sneeuwval.
Is die reden minder duidelijk, dan is er misschien echt wel iets aan de hand. Verplaatste je de voederplank? Verwijderde je de veilige doornstruik naast de voederplaats? Hebben er zich enkele killercats gevestigd in de buurt of is er misschien wel een vogelvanger actief? Het kan ook een nieuw object zijn in je tuin, dat voor de vogels lijkt op een vogelverschrikker.
Andere dingen waarop je kan letten: Zitten de vogels nog wel op de andere voederplaatsen in de buurt? Wat is er precies aan de hand wanneer je alarmkreten van merels hoort klinken in je buurt?
Hoe kan ik voorkomen dat grote vogels met het vogelvoer aan de haal gaan?
Dat de kleine vogeltjes soms wegblijven, ligt niet aan de grotere vogels, want dat effect is eerder tijdelijk. Daar is al heel wat wetenschappelijk onderzoek naar gebeurd en daaruit komt naar voren dat de impact van duiven, kraaien, kauwen en eksters minimaal is. Als ze er wel is, is ze vooral vast te stellen in vogelonvriendelijke tuinen, waarin een diversiteit aan struiken en bomen ontbreekt. Huiskatten zijn eigenlijk problematischer dan kraaien, en eekhoorns zijn in de lente even erge nestrovers dan eksters.
De grootste impact op kleine tuinvogels wordt spijtig genoeg veroorzaakt door de mens: te steriele tuinen, geen broedplaatsen, gebruik van pesticiden enzovoort. Kraaien, eksters en kauwen doen het vooral goed waar er mensen zijn, omdat die hen extra broedplaatsen, stortplaatsen, afval en dergelijke bezorgen.
Je hebt ook specifieke voedersystemen voor de kleine vogels, die beletten de grote vogels om het allemaal op te eten. Hier vind je enkele systemen.
De inrichting van je tuin is ook erg belangrijk; een mooie variatie aan inheemse bomen en struiken (zomereik, berk, lijsterbes, wilg, spork, hazelaar, meidoorn, sleedoorn, sporkehout, liguster, etc.) is erg belangrijk voor alle wilde dieren. Op die bomen en struiken vinden mezen en andere zangvogels in de lente ook heel wat rupsjes en andere beestjes die ze aan hun jongen kunnen voeren. Op catalpa's en andere exotische bomen vinden ze die nauwelijks. In veel Vlaamse tuinen zijn overigens helemaal geen inheemse bomen of struiken aanwezig: in die steriele tuinen valt voor zangvogels al helemaal niks te rapen. Vermijd ook het gebruik van insecticiden. Huiskatten binnenhouden op het moment dat merels, lijsters, roodborstjes e.a. met jongen zitten, kan ook veel vogelleed besparen.
Waar moet ik op letten bij het voeren van pinda’s en pindakaas?
Pindakaas en pindanoten bevatten voedingsstoffen die vogels nodig hebben wanneer het vriest of sneeuwt. Ze bevatten ook zout en dat is ongezond voor hen. Om zeker te zijn, voeder je de vogels beter zoutloze pindakaas (of andere notenpasta), die je kan kopen in de Natuurpunt Winkel. Of meng een kleine hoeveelheid pindakaas met strooivoer en smeer dat op de bast van een boom. Daar zullen de boomklever en grote bonte specht zeker van smullen. Meestal wordt geadviseerd ongebrande pinda’s aan vogels te voeren. Dit is het meest natuurlijke.
Waarom moet ik de kat binnen houden tijdens het vogels voeren?
Katten eisen een erg hoge en zwaar onderschatte dodentol bij onze tuinvogels. Het is dus belangrijk om vooral 's ochtends en 's avonds, wanneer vogels actief op zoek gaan naar voedsel, de kat binnen te houden.
Merk je dat je tuin en de voederplaats vaak bezoek krijgen van een ongewenste, sluipende kat? Leg de voederplaatsen dan niet te dicht bij sluiproutes van de kat. Wanneer de kat een open zone moet oversteken, zijn vogels meteen alert en is de slaagkans miniem. Een geïsoleerde, dichte struik (bij voorkeur zelfs met doornen, zoals meidoorn) kan in dat geval geen kwaad. De vogels kunnen zich hier binnen de seconde verschuilen bij het aanstormende geweld.
Vogelgriep
Mag ik nog tuinvogels voederen als er vogelgriep is?
Ja, dat mag. Zolang het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en het FAVV geen andere richtlijnen geven, kan je tuinvogels gewoon blijven voederen.
Als je zelf pluimvee in de tuin hebt, is het belangrijk om dat goed te scheiden van de wilde tuinvogels. Bij hevige uitbraken van vogelgriep lok je als pluimveehouder best geen andere dieren naar je tuin, en voor de duur van de uitbraak voorzie je ook beter geen voer voor wilde vogels.
Kan ik zelf vogelgriep krijgen van tuinvogels?
De kans dat een mens besmet raakt is heel klein. Vogelgriepvirussen zoals H5N1 zijn meestal soortspecifiek en springen zelden over naar mensen. Mocht het toch gebeuren, dan is dat vooral een risico voor oudere mensen of mensen met een verzwakte gezondheid – vergelijkbaar met gewone griep.
Hoe kan ik veilig blijven voederen?
Met een paar eenvoudige maatregelen kan je het risico voor de vogels zelf sterk beperken:
-
Gebruik bij voorkeur een verticale voedersilo. Daar vallen geen uitwerpselen op het voer.
-
Vermijd grote, platte voedertafels, waar voedsel en uitwerpselen samen blijven liggen.
-
Reinig voederplekken regelmatig, vooral als er uitwerpselen liggen.
-
Verspreid het voedsel op meerdere plaatsen in je tuin, zodat vogels minder dicht op elkaar zitten.
-
Ververs drink- en badwater vaak en maak bakken schoon met warm water en een propere borstel of spons.
Kan ik mijn kippen, eenden of andere gehouden vogels nog buiten laten?
Ja, maar laat ze niet in contact komen met de voederplaatsen voor wilde vogels.
- Houd voederplekken afgescheiden van je pluimvee.
- Zorg dat je kippen of ganzen niet kunnen pikken in het voer of de uitwerpselen van wilde vogels.
Hoe herken ik een zieke vogel?
Zieke vogels kunnen sloom zijn of niet meer wegvliegen, evenwichtsproblemen hebben, suf voor zich uit staren en ademhalingsproblemen tonen.
Wat moet ik doen als ik een zieke of dode vogel vind?
-
Vind je een zieke vogel: contacteer een Opvangcentrum voor Wilde Dieren (VOC)
-
Aan de kust: bel de gratis influenzalijn 0800/99 777
-
Vind je verdacht veel dode vogels (niet langs de weg, zonder duidelijke oorzaak): bel dan altijd de influenzalijn 0800/99 777
Mag ik zelf een zieke vogel oppakken om te helpen?
Nee. Dat is gevaarlijk voor jou én voor de vogel. Neem altijd contact op met een VOC of de influenzalijn. Zij zijn hiervoor uitgerust.
Kunnen mijn hond of kat vogelgriep krijgen?
Dat risico bestaat, maar het blijft klein. Vermijd dat je huisdieren dode of zieke vogels aanraken of opeten. Je kan – zonder de zieke vogel aan te raken – een grote kartonnen doos over hem heen zetten, zodat hij afgezonderd is van de andere dieren.
Komt vogelgriep tegenwoordig meer voor?
Ja. Waar vroeger vooral uitbraken voorkwamen in de winter, zien we sinds 2021 dat vogelgriep het hele jaar door kan opduiken in Europa. Sommige soorten, zoals kokmeeuwen en slechtvalken, blijken extra gevoelig. Gelukkig wordt dit in Vlaanderen nauw opgevolgd door ANB, DGV, Sciensano en de erkende VOC’s.
Is de vogelgriep ontstaan in pluimveekweekerijen?
De vogelgriep is ontstaan in landen waar veel minder strenge regels en controles zijn voor grote pluimveebedrijven dan bij ons. Onze Vlaamse boeren volgen heel strikte regels en zijn juist het slachtoffer van virussen die vanuit het buitenland onze kant op komen.
Zijn wilde vogels verantwoordelijk voor de verspreiding van vogelgriep?
Nee, wilde vogels zijn in dit verhaal niet het probleem, maar vooral het slachtoffer. Hoewel ze het virus soms bij zich dragen, lijden ze er zelf enorm onder. Hele kolonies wilde vogels worden door de vogelgriep weggevaagd. De ziekte is een groot gevaar voor de natuur en de biodiversiteit, en de wilde vogels betalen daarvoor helaas een erg hoge prijs.